Van boerengeld naar maatschappelijk geld

In het nieuwe GLB zal een deel van het budget verschuiven van inkomenssteun naar betalingen voor activiteiten die bijdragen aan milieu- en klimaatdoelstellingen. Dat betekent dat boeren een zekere tegenpresentatie moeten leveren om aanspraak te (blijven) maken op de subsidies die zij onder het oude GLB kregen. Van boerengeld naar maatschappelijk geld, dat is best een verandering. Alex Datema en Jan Alkemade, beide melkveehouder, vertellen hoe zij aankijken tegen deze ontwikkeling. Arie van der Greft (ministerie van LNV) reageert op hun verhaal.

©Rijksoverheid

Een logische ontwikkeling

Voor Alex Datema, melkveehouder in het Groningse Briltil en voorzitter van BoerenNatuur, voelt de aandacht voor milieu, klimaat en biodiversiteit in het nieuwe GLB als een ‘logische ontwikkeling’. Het verbaast hem niet, zo geeft hij aan.

Datema: ‘Je ziet de beweging die het landbouwbeleid de afgelopen 40 jaar maakt, van productontwikkeling naar hectarepremies naar wat het betekent voor de maatschappij. Sommige mensen zeggen dat het langzaam gaat, maar als je langer terugkijkt is er weinig dat op Europees niveau zo radicaal veranderd is als het landbouwbeleid.’

Hij glimlacht. ‘Maar ik begrijp wel dat het ook het gevoel oproept van: ik kreeg geld en nu moet ik om datzelfde geld te krijgen, ineens allemaal dingen doen. Dat maakt het ook wel lastig om boeren mee te krijgen in die beweging.’

Wat daarin meespeelt, erkent ook Datema, is dat veel boeren het niet gemakkelijk gehad hebben de laatste jaren. ‘Er worden steeds nieuwe dingen van hen gevraagd, terwijl boeren er voor hun gevoel al veel voor doen. Dat gevoel leeft wel.’

Meerdere wegen naar Rome

Jan Alkemade, eveneens melkveehouder, herkent dat gevoel.

Alkemade: ‘Wij denken altijd al om het milieu, er gebeurt al heel veel. Wij doen al twintig jaar aan weidevogelbeheer en hebben ook kruidenrijk grasland. Wij voeren graan aan de koeien, afkomstig van akkerbouwers uit de buurt en zij krijgen de mest weer terug. Dat is onze kringloop.’

‘Het is ook maar net hoe je het uitlegt. Nu moet alles ineens biologisch. Maar op onze traditionele manier van boeren haal je veel meer melk van een hectare land, dus heb je minder land nodig om dezelfde hoeveelheid melk te produceren. En heb je meer land over voor andere dingen.’

Alkemade geeft toe zich nog niet helemaal verdiept te hebben in de plannen voor een nieuw GLB, maar wil ervoor waarschuwen dat het beleid het doel niet voorbijschiet. Meerdere wegen leiden naar Rome, wil hij maar zeggen. ‘Het kan op verschillende manieren [bijdragen leveren aan klimaat, natuur en biodiversiteit als boer, red.], het ene is niet per se beter dan het andere. Daar moet aandacht voor zijn.’

Balans tussen te makkelijk en te moeilijk

Het nieuwe GLB voorziet hier deels in door te werken met ecoregelingen. Boeren kunnen zelf kiezen welke regelingen passen bij hun bedrijf. Ook wordt er rekening gehouden met regionaal maatwerk.

Datema hoopt dan ook dat in het NSP – het Nederlandse uitvoeringsplan van het nieuwe GLB – eenvoudig terug te zien is wat boeren kunnen doen op hun bedrijf. En dat mensen daar ook actief over worden benaderd en geadviseerd.

Datema: ‘De ecoregelingen zouden zo ingericht moeten worden dat het herkenbaar is voor boeren. Als iets dat past op hun bedrijf. Zodat alle boeren die recht hebben op een premie, er ook echt gebruik van gaan maken en in beweging komen. Ik denk dat dat ook wel de insteek is van de overheid hoor, maar het is essentieel dat het een simpel en duidelijk systeem is waarvan boeren makkelijk zeggen: daar kan ik mee gaan beginnen.’

Vanuit BoerenNatuur ziet Datema dat als boeren eenmaal de eerste stappen zetten, zij gemakkelijker te verleiden zijn om meer te doen. Hij zou daarom graag enerzijds laagdrempelige ‘makkelijke’ maatregelen willen, zodat boeren instappen, en anderzijds ingewikkelder maatregelen om de boeren die al ingestapt zijn, te verleiden meer te doen.

Datema: ‘Als je het systeem zo inricht dat je de moeilijke maatregelen interessanter maakt, door daar bijvoorbeeld meer compensatie voor te bieden, dan verleid je mensen ook om die maatregelen te nemen.’

Die verleiding miste soms in de vergroeningsmaatregelen binnen het huidige GLB, stelt Datema. ‘Het had ingewikkeld kunnen worden, maar er zaten ook wel wat makkelijke maatregelen bij, zoals het hebben van grasland of het telen van vanggewassen. Voor sommige boeren was de verleiding om meer te doen er niet zo. Als je het te makkelijk maakt, verandert er ook heel weinig.’

Je moet je richten op wat je ermee kunt bereiken, niet op wat je ermee kunt verliezen

Actief communiceren

Wat er precies verwacht wordt van boeren in het nieuwe GLB, zal duidelijker worden met de presentatie van het NSP. Hoe daar vervolgens over wordt gecommuniceerd is niet onbelangrijk, aldus Datema.

‘Je kunt zeggen: je kreeg 400 euro per hectare en dat wordt nu 100. En als je de rest wil, dan moet je dit en dat doen. Je kunt ook zeggen: we zien dat er veel op ons afkomt en we moeten kijken hoe we natuur en biodiversiteit beter kunnen ondersteunen. Hoe gaan we dat doen?’

‘Ik zie dat dat tweede wel wordt geprobeerd, maar het kan nog beter. Je moet je richten op wat je ermee kunt bereiken, niet wat je ermee gaat verliezen.’

Actief communiceren en informeren over het nieuwe GLB lijkt dus essentieel om boeren aan te sporen aan de slag te gaan. Belangrijk daarbij is ook dat de ene regeling de andere niet in de weg zit.

Zo herinnert Alkemade zich nog dat zijn zoon, die twee jaar geleden in het bedrijf kwam, geen recht had op de premie voor jonge boeren, omdat het maximale bedrag dat per bedrijf kon worden verkregen dan werd overschreden. Voor Alkemade voelde het alsof hij werd afgestraft.

Alkemade: ‘Dat begrijp ik nog steeds niet. Ook wij hebben elke euro nodig. Je hoeft het toch niet af te toppen omdat het ene bedrijf groter is dan het andere?’

Ook Datema ziet nog mogelijkheden om het nieuwe GLB te verbeteren.

‘Een mooi voorbeeld zijn sloten. Die tellen nu niet mee op de landschapskaart en dus kun je er vanuit het GLB geen subsidie voor krijgen. Terwijl als je ergens makkelijk iets aan toe kan voegen, dan zijn het sloten. Als je dat weer onderdeel maakt van je aanlaag [het deel waar je subsidie op krijgt, red.], dan worden die ecoregelingen veel interessanter. En de deelnamebereidheid misschien ook groter.’

Reactie Arie van der Greft (ministerie van LNV)

"Het is mooi om te lezen hoe het GLB en de veranderingen daarin door deze boeren, waarvan één ook bestuurder is, wordt beleefd.

Ik wil op drie punten reageren. Het eerste punt gaat over boerengeld en maatschappelijk geld. Eigenlijk is het GLB altijd al maatschappelijk geld, en nooit boerengeld, geweest. Al sinds het ontstaan van het GLB is de besteding van dat maatschappelijk geld continu aangepast aan de wensen van de maatschappij die op dat moment speelden. In die zin is er niets nieuws onder zon. Bovendien, zou het GLB afgeschaft worden, dan heeft dat niet alleen impact op boeren vermoed ik.

Het tweede punt is de balans tussen makkelijke en moeilijke. Ik link die uitspraak aan de uitspraak ‘meerdere wegen leiden naar Rome’. Voor het nieuwe GLB werken we aan een keuzemenu van activiteiten die we met ecoregelingen, het nieuwe GLB-instrument, willen belonen. Ik zou graag zien dat zo’n menu een lijst wordt met daarop voldoende keuzevrijheid en met activiteiten die aansluiten bij de boerenpraktijk. De mate waarin ze als makkelijk worden ervaren kan dan per boer verschillen. Makkelijke activiteiten zijn volgens mij vooral activiteiten die boeren begrijpen en waarvan het nut klip en klaar is. Ik denk overigens dat met makkelijke activiteiten uiteindelijk meer verandert dan met moeilijke. Moeilijke dingen mislukken vaak en schrikken af.

Tot slot geven beide boeren aan dat actieve communicatie belangrijk is. Daar sluit ik me volledig bij aan. Ik ga mijn best doen om vanuit de overheid actief en duidelijk te communiceren en zou het fijn vinden als boeren ook actief richting de overheid communiceren hoe we het GLB het best tot zijn recht kunnen laten komen."

GLB Nationaal Strategisch Plan is een samenwerking van: